Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Onder 5 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.
Het bovenstaande geldt voor de geconsolideerde jaarrekening. Voor de enkelvoudige jaarrekening schrijft RJ 240.207-208 voor dat ‘de juridische vorm’ bepalend is voor het onderscheid tussen eigen en vreemd vermogen. Daarbij wordt niet nader ingegaan op de duiding van een (voorwaardelijke) inkoopverplichting van eigen aandelen. Verplichtingen tot het kopen van uitstaande aandelen voortkomend uit contractuele bepalingen worden behandeld in RJ 240.240, waar slechts gesproken wordt over vereiste toelichtingen daaromtrent in de enkelvoudige jaarrekening. Er is geen aanwijzing dat dergelijke verplichtingen tot een andere presentatie leiden in de enkelvoudige jaarrekening dan voortvloeiend uit de juridische vorm van deze aandelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 62887 tot 63689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c | shasum -a 256