Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Onder 3.7 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.
De Ondernemingskamer stelt voorop dat partijen er in dit geschil eenparig van uitgaan dat de rechten en verplichtingen uit de Participatieovereenkomst voor de in die overeenkomst vermelde vennootschap rusten op [D] en dat de rechten en verplichtingen uit de Participatieovereenkomst voor de in die overeenkomst vermelde Certificaathouder, voor zover het [A] betreft, rusten op [E] , en voor zover het de overige uittreders betreft, telkens op de regionale houdstervennootschap waarin de desbetreffende uittreder aandeelhouder is. Met de in de Participatieovereenkomst vermelde Tussenvennootschap is gedoeld op [F] MC.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 75253 tot 75883.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c | shasum -a 256