Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Onder 3.12 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.
[D] verdedigt de inrichting van haar enkelvoudige jaarrekening primair met de stelling dat op haar geen (indirecte, via [E] ) inkoopverplichting jegens [A] is komen te rusten. De Ondernemingskamer is van oordeel dat deze stelling in het licht van de Participatieovereenkomst en de vaststaande feiten geen stand houdt. Daarbij verdient opmerking dat partijen hun standpunten over de uitleg van de Participatieovereenkomst alleen baseren op de tekst daarvan. Andere omstandigheden die bij de uitleg van de overeenkomst een rol kunnen spelen, hebben zij niet aangevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 78860 tot 79451.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c | shasum -a 256