Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019

Onder 3.13 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.

De Ondernemingskamer zal hierna ingaan op de betekenis van de Participatieovereenkomst, voor zover dat relevant is in het kader van de onderhavige jaarrekeningprocedure, en met name voor de beoordeling van de vraag of [A] heeft te gelden als verstrekker van eigen dan wel van vreemd vermogen. Het oordeel over geschillen van vermogensrechtelijke aard over de inhoud en de betekenis van de Participantenovereenkomst is op basis van artikel 20 lid 2 van de Participantenovereenkomst voorbehouden aan een NAI- scheidsgerecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 79531 tot 80066.