Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019

Onder 3.15 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.

[A] van haar kant heeft zich ter betwisting van de inrichting van de enkelvoudige jaarrekening primair op het standpunt gesteld dat uit de Participatieovereenkomst voortvloeit dat op 7 mei 2013, zijnde twee weken na de vergaderingen waarin de besluiten, als vermeld in 2.12 en 2.13, zijn genomen, inkoop van haar aandelen respectievelijk het certificaat B1 heeft plaatsgevonden, zodat zij een opeisbare vordering op [D] heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 83368 tot 83820.