Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Onder 3.15 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.
De Ondernemingskamer kan [A] niet volgen in deze redenering. In de eerste plaats houdt het uitgangspunt dat het inkooptraject met betrekking tot haar aandelen op genoemde datum is voltooid geen stand, omdat voormelde besluiten niet zijn gevolgd door levering van de aandelen, respectievelijk het certificaat B1. In de tweede plaats volgt uit de in deze jaarrekeningprocedure vastgestelde feiten dat [D] aan [A] kenbaar heeft gemaakt, en [A] heeft begrepen, dat liquiditeitsbeperkingen in de weg stonden aan (dadelijke) uitbetaling van de vastgestelde inkoopsom. De Ondernemingskamer acht aannemelijk dat [A] en [D] hebben onderhandeld over nadere afspraken waarmee is beoogd toepassing te geven aan het bepaalde in art. 5, lid 23, van de Participatieovereenkomst. Dit vindt bevestiging in de onder de feiten aangehaalde correspondentie en in de kwalificatie van de financiële rechtsverhouding jegens [A] en twee andere uittreders als achtergestelde geldlening in de jaarrekeningen 2012 tot en met 2015 van [E] en [D] , met welke kwalificatie [A] zich steeds heeft kunnen verenigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 83830 tot 84925.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c | shasum -a 256