Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Onder 3.16 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.
Aan de inrichting van de geconsolideerde jaarrekening, waarin de benaming ‘Achtergestelde agioverplichting jegens uittreders’ is gehanteerd zonder dat onderscheid wordt gemaakt tussen de positie van [A] en die van overige uittreders, ontleent de Ondernemingskamer het vermoeden dat de financiële rechtsverhouding van [D] ten opzichte van de latere uittreders niet op enige andere bepaling van de Participatieovereenkomst is gebaseerd dan de voor [A] toepasselijke bepalingen, zodat ook met betrekking tot hen uitgegaan moet worden van het bestaan van een obligatoire verplichting tot inkoop van hun aandelen en van toepasselijkheid van art. 5, lid 23 van de Participatieovereenkomst. Ter zitting heeft [D] ook erkend dat de uittreders (in zoverre) ‘in hetzelfde schuitje zitten’ als [A] . Aan het voorgaande doet niet af dat met betrekking tot afzonderlijke uittreders sprake kan zijn van verschillen in (al dan niet besproken/afgesproken) (modaliteiten van) tot stand te brengen geldleningen. Hierbij is voorts van belang dat het niet tot stand zijn gekomen van (perfecte) geldleningsovereenkomsten als bedoeld in art. 5, lid 23, niets afdoet aan de verplichting die overeenkomsten tot stand te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 85025 tot 86251.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c | shasum -a 256