Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019

Onder 3.18 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.

In haar beschikking van 28 juni 2018 op het verzoek van [A] inzake de (enkelvoudige) jaarrekening 2016 van [E] is de Ondernemingskamer tot eenzelfde oordeel over de relevante rechtsverhouding tussen [A] en [F] gekomen. Vervolgens heeft zij geoordeeld dat [A] voor de (enkelvoudige) jaarrekening van [E] moet worden gekwalificeerd als verstrekker van vreemd vermogen, waaraan niet afdoet dat [A] haar aandelen niet heeft geleverd. Daarbij heeft de Ondernemingskamer overwogen dat de leveringshandeling ter uitvoering van de obligatoire verplichting tot inkoop van niets anders afhangt dan van het tot stand komen van een voor partijen aanvaardbare leningsovereenkomst “onder marktconforme voorwaarden” , waartoe de Participatieovereenkomst noopt (zie r.o. 3.25 van die beschikking).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 86890 tot 87723.