Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Onder 3.27 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.
Ter verduidelijking merkt de Ondernemingskamer nog het volgende op. Dat de classificatie in de geconsolideerde jaarrekening, gebaseerd op de economische realiteit, en die in de enkelvoudige jaarrekening, gebaseerd op de juridische vorm, in deze casus tot dezelfde uitkomst leiden, betekent niet dat de criteria ‘ economische realiteit ’ en ‘ juridische vorm’ samenvallen. Op grond van de economische realiteit, op zichzelf beschouwd, zouden in de geconsolideerde jaarrekening alle door participanten ingebrachte vermogensbestanddelen worden geclassificeerd als vreemd vermogen, ook als de aandelen nog niet zouden zijn aangeboden. Zoals de accountant in zijn schriftelijke standpunt heeft aangegeven en ter zitting heeft toegelicht wordt in de geconsolideerde jaarrekening van [D] de uitzondering voor ‘ puttable instruments ’ van RJ 290.808 toegepast, op grond waarvan classificatie als eigen vermogen is toegestaan voor nog niet aangeboden aandelen, zulks in afwijking van de economische realiteit. Naar de juridische vorm behoren die niet-aangeboden aandelen evenwel zonder meer tot het eigen vermogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 95736 tot 97002.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c | shasum -a 256