Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 oktober 2019

Onder 2.4 Gerechtshof Amsterdam 15 oktober 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3735.

Voor zover Dexia met dit betoog het oog heeft op de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling wegens de door [Y] ingeroepen buitengerechtelijke vernietiging, overweegt het hof dat in de brief van 24 januari 2012 deze bevoegdheid uitdrukkelijk wordt vermeld. Dit geldt eveneens voor de brief van 27 oktober 2016 die op dit punt gelijkluidend is. Het bestaan van en de inhoud van deze brieven heeft Dexia niet weersproken. Anders dan Dexia nog heeft betoogd, is het hof van oordeel dat met de verwijzing in de brieven naar de eega’s van de op de bijgesloten lijsten vermelde personen, hier: [X] , wel aan de eisen van artikel 3:317 BW is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7efae3f86458913b77f1209cd232dc41b9d612dfba6ee78f4b8e029299558db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7efae3f86458913b77f1209cd232dc41b9d612dfba6ee78f4b8e029299558db, en de alinea staat in dat document op bytes 12743 tot 13411.