Citaat | Gerechtshof Amsterdam 12 maart 2019

Onder 3.8. Gerechtshof Amsterdam 12 maart 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 12 maart 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:802.

In het incidentele beroep hebben [X] c.s. zich aanvankelijk gekeerd tegen het oordeel van de rechtbank om geen drie, maar twee personen te benoemen tot bestuurders van de stichting en om de eventuele benoeming van een derde bestuurder over te laten aan de twee bij de bestreden beschikking benoemde bestuurders, die daartoe op grond van artikel 3, tweede lid, van de statuten van de stichting zouden kunnen besluiten. Na de datum van de bestreden beschikking hebben de twee door de rechtbank benoemde bestuurders aldus metterdaad voorzien in de benoeming van een derde bestuurder, te weten [C] , die volgens de onweersproken mededeling van [geïntimeerde sub 26] tijdens de mondelinge behandeling van het hoger beroep sinds september 2017 deel uitmaakt van het bestuur van de stichting. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft het hof [X] c.s. voorgehouden dat nu de door de rechtbank benoemde bestuurders al hebben voorzien in de benoeming van een derde bestuurder en nu de verplichtingen van de bestuurders van de stichting door de wet en de statuten worden beheerst, ongeacht door wie zij zijn benoemd, geen waarneembare noodzaak bestond voor benoeming van een derde bestuurder door het hof. Daarop hebben [X] c.s. het incidentele beroep – met inbegrip van verzoek I daarin – laten varen voor zover dat is gericht tegen het hierboven bedoelde oordeel van de rechtbank. Het incidentele beroep is gehandhaafd voor zover daarin wordt opgekomen tegen het nalaten door de rechtbank om de bestreden beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren (grief 1 gedeeltelijk). In zoverre slaagt het beroep, aangezien de beschikking op grond van het bepaalde in artikel 360, tweede lid, Rv in hoger beroep alsnog uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard, de kennelijke bezwaren van Loterijverlies.nl daartegen overeenkomen met of voortspruiten uit haar klachten over de inhoud van de bestreden beschikking en deze hierboven ongegrond zijn bevonden, en het hof ook overigens niet is gebleken van redenen die aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking aan de weg zouden moeten staan. Het hof zal die beschikking daarom hierna alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals [X] c.s. – in eerste aanleg – hebben verzocht. Hiermee is tegelijk het belang ontvallen aan verzoek II van [X] c.s. in het incidentele beroep, dat strekt tot inschrijving in het handelsregister van de voorziening in het bestuur zoals reeds is bevolen bij de bestreden beschikking, zodat dat verzoek niet toewijsbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dcbb18563f6d2fb5e360b76fb9ff23092904b4273650c499e8532cf75e76d33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dcbb18563f6d2fb5e360b76fb9ff23092904b4273650c499e8532cf75e76d33, en de alinea staat in dat document op bytes 28029 tot 30614.