Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Onder 2.4. Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1282.
Mede in het licht van de beleidsvrijheid die het Openbaar Ministerie toekomt bij het nemen van vervolgingsbeslissingen (art. 167 SV), diende het hof de hiervoor in 3.7.1 vermelde stellingen in zijn beoordeling van de redelijkheid van de aan het sepot verbonden voorwaarde te betrekken. Uit de motivering van zijn oordeel blijkt niet dat het hof dat heeft gedaan. Wat betreft de onder (iii) genoemde stelling is van belang dat uit de toelichting op het sepotbesluit blijkt dat de Officier van Justitie van mening was dat de moeder zich schuldig heeft gemaakt aan smaad door stukken te verspreiden waaruit blijkt dat de vader in aanraking is geweest met justitie of is veroordeeld in verband met zedenfeiten. Daaruit blijkt niet dat, zoals het hof heeft overwogen, het de moeder in algemene zin verboden werd haar zorgen te delen met instanties die in het bijzonder zijn belast met de bewaking van de belangen van kinderen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac, en de alinea staat in dat document op bytes 19092 tot 20086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac | shasum -a 256