Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Onder 2.6. Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1282.
Volgens de tekst van artikel 376 Rv kan derdenverzet worden ingesteld, indien een rechterlijke uitspraak rechten van een derde benadeelt. Deze voorwaarde strekt ertoe aan het rechtsmiddel een restrictief karakter te geven. In zijn arrest van 21 maart 1924 (NJ 1924, blz. 535) heeft de Hoge Raad bepaald dat het derdenverzet niet reeds openstaat wanneer de derde in zijn belangen wordt geschaad, maar pas wanneer hij in zijn (subjectieve) rechten benadeeld wordt. Het strookt met het restrictieve karakter van het rechtsmiddel om benadeling in rechte door een rechterlijke uitspraak pas dan aan te nemen, indien die benadeling hieruit voortvloeit dat de uitspraak krachtens de wet in die zin ook tegenover de derde werking heeft, aldus dat ingevolge de wet het arrest mede voor de derde bepaalt wat een hem toekomend recht inhoudt dan wel in welke mate deze derde dat recht kan uitoefenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac, en de alinea staat in dat document op bytes 20540 tot 21442.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac | shasum -a 256