Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Onder 2.9. Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1282.
De eerste stelling van de vader kan geen doel treffen. Op zichzelf is juist dat onderdelen van het vernietigde arrest van 9 mei 2017 die in cassatie niet of tevergeefs bestreden zijn, in kracht van gewijsde zijn gegaan. Het is echter niet aan dit hof in deze derdenverzetprocedure te beoordelen welke onderdelen dit betreft, nu de Hoge Raad de verdere behandeling van de zaak heeft verwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden. Het is aan dat hof voorbehouden om te beoordelen in hoeverre aan de rechtsstrijd tussen de moeder en de Staat met het arrest van 9 mei 2017 een einde is gekomen. Wat hiervan verder zij, in elk geval kan in dit verband nog worden vastgesteld dat het arrest van 9 mei 2017 niet krachtens de wet tegenover de vader werking heeft, in die zin dat de vader tegen zijn wil wordt betrokken bij nader onderzoek door de Raad. Dat heeft het hof immers in dat arrest niet bevolen. Het arrest bevat geen constitutieve beslissingen die rechten van de vader benadelen. In deze zin is ook een beroep op artikel 6 EVRM ten deze niet aan de orde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac, en de alinea staat in dat document op bytes 24864 tot 25966.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac | shasum -a 256