Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Onder 2.10. Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1282.
Ten aanzien van de tweede stelling van de vader overweegt het hof dat hetgeen hiervoor onder 2.9. is overwogen evenzeer voor deze stelling geldt. Bij gebrek aan nadere precisering begrijpt het hof het betoog van de vader aldus dat de vader met de volgens hem onjuiste en onvolledige feiten doelt op hetgeen het hof onder 3.1.3 en 3.1.6 van het arrest heeft overwogen. Het hof deelt niet de mening van de vader dat in die rechtsoverwegingen feiten zijn vastgesteld. De desbetreffende overwegingen bevatten slechts een weergave van respectievelijk hetgeen de moeder ter onderbouwing van haar zorgen heeft aangevoerd en hetgeen het hof over het standpunt van de vader in de stukken heeft aangetroffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac, en de alinea staat in dat document op bytes 26859 tot 27571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac | shasum -a 256