Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Onder 2.11. Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1282.
Nu tenslotte gesteld noch gebleken is dat zich in deze zaak het derde geval voordoet waarin van benadeling in de zin van artikel 376 Rv sprake kan zijn (te weten dat de executoriale kracht van de rechterlijke uitspraak ten nadele van rechten van derden kan worden uitgeoefend), luidt de conclusie dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de vader door het arrest van dit hof van 9 mei 2017 in zijn rechten is benadeeld als bedoeld in artikel 376 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac, en de alinea staat in dat document op bytes 28631 tot 29094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40c4e7c22e5bf4fe2a755905fb772e0621a0420f25728e143972c05b05e9f1ac | shasum -a 256