Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 juni 2020

Onder 3.5.5 Gerechtshof Amsterdam 2 juni 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1421.

Dit hof zal de op basis van artikel 26d Aw bestaande rechtsbetrekking tussen partijen, waarover zij geschil hadden, moeten vaststellen. Indien het hof op grond daarvan vervolgens, in verband met de ten processe gebleken omstandigheden, een bevel als thans door Brein gevorderd toewijst, neemt dat niet weg dat in geval van veranderde omstandigheden als hiervoor bedoeld de rechter kan worden benaderd, ook door derden die daarbij belang hebben, om te beoordelen of in die omstandigheden naleving van dat bevel nog steeds kan worden geëist en/of een ander bevel moet worden gegeven. Daarbij is van belang dat het gezag van gewijsde slechts geldt tussen de partijen in deze zaak en voorts, ook tussen hen, niet ziet op het gedrag dat in de – dan gewijzigde – concrete omstandigheden past bij de beoordeelde rechtsbetrekking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f5664a983b3bb926830033fc4b1aa9c40ec135978265740a17e1ec5b5de945e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f5664a983b3bb926830033fc4b1aa9c40ec135978265740a17e1ec5b5de945e, en de alinea staat in dat document op bytes 58852 tot 59692.