Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 juni 2020
Onder 3.3 Gerechtshof Amsterdam 2 juni 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1421.
57 De nationale rechterlijke instanties moeten kunnen nagaan of dat het geval is. Bij een bevel als dat van het hoofdgeding moet echter worden opgemerkt dat de nationale rechterlijke instanties, ofschoon de internetprovider maatregelen neemt ter uitvoering van het opgelegde verbod, een dergelijke controle niet kunnen verrichten in het stadium van de executieprocedure, indien daartegen niet is opgekomen. Derhalve is het noodzakelijk dat de nationale procesregels, opdat de door het Unierecht erkende grondrechten niet in de weg staan aan de vaststelling van een bevel als dat van het hoofdgeding, de internetgebruikers de mogelijkheid bieden hun rechten voor de rechter te laten gelden nadat de door de internetprovider genomen uitvoeringsmaatregelen bekend zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f5664a983b3bb926830033fc4b1aa9c40ec135978265740a17e1ec5b5de945e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f5664a983b3bb926830033fc4b1aa9c40ec135978265740a17e1ec5b5de945e, en de alinea staat in dat document op bytes 32504 tot 33341.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7f5664a983b3bb926830033fc4b1aa9c40ec135978265740a17e1ec5b5de945e | shasum -a 256