Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 juni 2020

Onder 3.5.4. Gerechtshof Amsterdam 9 juni 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1508.

Het hof onderschrijft, voorts, het oordeel van de kantonrechter dat [geïntimeerde] in het haar opgedragen bewijs is geslaagd, evenals de gronden waarop dat oordeel berust (overwegingen 2.7 tot en met 2.10 van het tussenvonnis van 16 januari 2019). Hieraan doet niet af dat tussen partijen vaststaat dat het paard ten tijde van het sluiten van de overeenkomst geen wedstrijden had gereden en maar net ‘zadelmak’ was, dus nog niet geschikt om aan wedstrijden deel te nemen. Waar het om gaat is dat uit de getuigenverklaringen genoegzaam blijkt dat het paard aan [geïntimeerde] is verkocht als in potentie een sportpaard, een paard waarmee, na afdoende training, kan worden deelgenomen aan wedstrijden. Een dergelijk paard is een sportpaard in de zin van de bewijsopdracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2ea39ece50c7292fb36d3d1f675e8d4caf4becd5399f1644eaf80052b16594d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2ea39ece50c7292fb36d3d1f675e8d4caf4becd5399f1644eaf80052b16594d, en de alinea staat in dat document op bytes 23728 tot 24517.