Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 juni 2020
Onder 3.6.5. Gerechtshof Amsterdam 9 juni 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1508.
Het in art. 7:18 lid 2 BW omschreven bewijsvermoeden is weerlegbaar. Anders dan [appellant] betoogt is daartoe evenwel niet voldoende dat hij dit vermoeden ontzenuwt, dat wil zeggen tegenbewijs levert, maar dient hij rechtens genoegzaam te bewijzen dat het gebrek aan overeenstemming tussen het verkochte en de overeenkomst het gevolg is van of zijn oorsprong vindt in een omstandigheid die zich na de aflevering van de zaak heeft voorgedaan (Hof van Justitie, 4 juni 2015, ECLI:EU:C:2015:357). [appellant] heeft aldus de volledige bewijslast en moet (zoals dat in gevallen als deze wel wordt genoemd) het tegendeelbewijs leveren. Het hof zal in hierna onderzoeken of [appellant] in voormelde zin het in art. 7:18 lid 2 BW vervatte bewijsvermoeden heeft weerlegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2ea39ece50c7292fb36d3d1f675e8d4caf4becd5399f1644eaf80052b16594d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2ea39ece50c7292fb36d3d1f675e8d4caf4becd5399f1644eaf80052b16594d, en de alinea staat in dat document op bytes 28264 tot 29041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2ea39ece50c7292fb36d3d1f675e8d4caf4becd5399f1644eaf80052b16594d | shasum -a 256