Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 februari 2020

Onder 3.9.2 Gerechtshof Amsterdam 4 februari 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 februari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:194.

Het hof leest rov. 4.27 aldus, dat de rechtbank daarmee geen inhoudelijk oordeel over de gestelde nawerking heeft gegeven. Met nawerking wordt bedoeld dat mededingingsbeperkende afspraken of gedragingen nadat zij zijn geëindigd nog effect hebben op de markt, bijvoorbeeld in de vorm van naijlende prijsverhogingen. Het betreft dus in de kern de omvang van de schade die de – in dit geval met de na gerechtelijke toetsing in stand gebleven beslissing van de Commissie vaststaande – single and continuous mededingingsinbreuk heeft veroorzaakt, niet een aparte mededingingsinbreuk of andere onrechtmatige daad. Of er sprake is geweest van nawerking van het kartel, en zo ja in welke periode en in welke mate, vergt uitgebreid (empirisch en econometrisch) onderzoek en het partijdebat daarover is, gelet op de regie van de rechtbank, nog niet voltooid nu daarover immers bijvoorbeeld op de comparitie geen debat mogelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e23f8c36c7edd8a465eb947c6e198c9c36182ca161fe6910de0790592670664. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e23f8c36c7edd8a465eb947c6e198c9c36182ca161fe6910de0790592670664, en de alinea staat in dat document op bytes 67025 tot 68000.