Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 juli 2020

Alinea 41 Gerechtshof Amsterdam 16 juli 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 juli 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1964.

Ter terechtzitting in eerste aanleg is komen vast te staan dat het vermogen van de verdachte onder beschermingsbewind, als bedoeld in de artikelen 1:431 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, is gesteld. Ingevolge artikel 1:441, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek vertegenwoordigt de bewindvoerder de rechthebbende in en buiten rechte. Op grond van artikel 51f, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering geldt deze regeling echter niet ten aanzien van de verdachte in een strafprocedure. De verdachte is zelfstandig bevoegd te procederen met betrekking tot de tegen hem ingestelde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij. Gelet daarop hoeft de bewindvoerder niet opgeroepen te worden voor de terechtzitting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe8d5e4711b653238f310141c8ab0c4e3120af627d318d495926c3f1debdfcce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe8d5e4711b653238f310141c8ab0c4e3120af627d318d495926c3f1debdfcce, en de alinea staat in dat document op bytes 16525 tot 17271.