Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 oktober 2020

Onder 2.13. Gerechtshof Amsterdam 6 oktober 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 oktober 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2620.

Bovendien is de geldigheid van de cessie in hoger beroep nogmaals door [geïntimeerde sub 1] en geïntimeerden 2 t/m 7, 9 t/m 12 en 14 uitdrukkelijk aan de orde gesteld, terwijl op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep het desbetreffende verweer van [geïntimeerde sub 13] opnieuw moet worden behandeld (zie rov. 2.7). [X] Nieuw verwijst in haar akte na tussenarrest (van 5 juni 2018) voor de titel van de overdracht zonder enige toelichting enkel naar het als productie 27 overgelegde contract. In de antwoordakte na tussenarrest van geïntimeerden 2 t/m 7, 9 t/m 12 en 14 wordt opnieuw het titelgebrek aan de orde gesteld (zie rov. 2.10), maar [X] Nieuw reageert daarop niet in haar daaropvolgende akte (van 31 juli 2018). [X] Nieuw heeft aldus meerdere gelegenheden in hoger beroep onbenut gelaten om gemotiveerd toe te lichten dat de mondelinge koopovereenkomst tussen [X] Oud en [X] Nieuw zoals hiervoor nader omschreven voor of gelijk met de cessieakte tot stand is gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecdbfb335d2a3ffeb943db62dd61c323f21f2684339a72a0781f56edc1e83e91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecdbfb335d2a3ffeb943db62dd61c323f21f2684339a72a0781f56edc1e83e91, en de alinea staat in dat document op bytes 25311 tot 26321.