Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2020
Onder 3.3 Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:300.
In lid 3 van artikel 143 Rv is bepaald dat buiten de in het tweede lid bedoelde gevallen, de termijn waarbinnen verzet moet worden gedaan aanvangt op de dag waarop de uitspraak ten uitvoer is gelegd. De wijze van tenuitvoerlegging van een uitkooparrest is in het hier van toepassing zijnde geval geregeld in artikel 2:92a lid 7 BW, waaraan in het achtste lid is toegevoegd dat de overnemer altijd de mogelijkheid heeft de vastgestelde prijs met rente voor alle nog niet overgenomen aandelen te consigneren. Door het consigneren gaat het recht op de aandelen onbezwaard op de overnemer over. De Ondernemingskamer heeft reeds eerder overwogen (OK 7 december 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6899 (Corporate Express)) dat consignatie moet worden aangemerkt als tenuitvoerlegging van de veroordeling tot overdracht van de aandelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bcbbbc40c3385d7b829248bc1cc48199b541dfb7d9d80b5e73bd15eafd391f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bcbbbc40c3385d7b829248bc1cc48199b541dfb7d9d80b5e73bd15eafd391f4, en de alinea staat in dat document op bytes 18362 tot 19197.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bcbbbc40c3385d7b829248bc1cc48199b541dfb7d9d80b5e73bd15eafd391f4 | shasum -a 256