Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2020
Onder 3.6 Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:300.
Ook indien, in afwijking van het bovenstaande, geoordeeld moet worden dat de verzettermijn is aangevangen op de dag dat Fortbet bij wijze van tenuitvoerlegging van het verstekarrest de uitkoopprijs in de consignatiekas heeft gestort, zijnde 19 november 2018, zijn [A] ontvankelijk in hun verzet. Ingevolge artikel 143 lid 2 Rv bedraagt de verzettermijn acht weken indien de oorspronkelijke gedaagde geen bekende woonplaats of verblijf in Nederland heeft en zijn woonplaats of werkelijke verblijf buiten Nederland bekend is. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat de verzettermijn acht weken is indien, zoals in dit geval, gedaagden door eiser als onbekende aandeelhouders en dus niet bij naam waren gedagvaard, gedaagden buiten Nederland wonen en de tenuitvoerlegging in Nederland heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat indien de verzettermijn met de tenuitvoerlegging door consignatie op 19 november 2018 is aangevangen, het verzet bij exploot van 10 januari 2019 tijdig is gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bcbbbc40c3385d7b829248bc1cc48199b541dfb7d9d80b5e73bd15eafd391f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bcbbbc40c3385d7b829248bc1cc48199b541dfb7d9d80b5e73bd15eafd391f4, en de alinea staat in dat document op bytes 23167 tot 24167.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bcbbbc40c3385d7b829248bc1cc48199b541dfb7d9d80b5e73bd15eafd391f4 | shasum -a 256