Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2020
Onder 4 Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:300.
[A] hebben naar voren gebracht dat de uitkoopdagvaarding nietig is. In de eerste plaats stellen zij dat Fortbet niet had kunnen volstaan met een betekening conform de route van artikel 54 Rv, nu hun adressen voor Fortbet bekend waren of bekend hadden kunnen zijn. Zij hebben daartoe gewezen op de mogelijkheid een identificatieverzoek in de zin van de Wet giraal effectenverkeer te doen. De Ondernemingskamer acht Fortbet niet gehouden tot het doen van een dergelijk verzoek, zoals hierboven in 3.4 is overwogen. Daarnaast menen [A] dat is gedagvaard tegen een kortere termijn dan de in artikel 115 lid 2 Rv genoemde termijn van ten minste drie maanden. Ingevolge het bepaalde in artikel 116 lid 1 Rv geldt hier evenwel een termijn van ten minste vier weken, nu het gaat over het oproepen in rechte van aandeelhouders die niet bij naam bekend zijn. Deze termijn heeft Fortbet bij het dagvaarden in acht genomen. De Ondernemingskamer blijft derhalve bij haar oordeel (zie 3.5 van het arrest van 2 oktober 2018) dat de gezamenlijke andere aandeelhouders op de juiste wijze zijn gedagvaard door Fortbet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bcbbbc40c3385d7b829248bc1cc48199b541dfb7d9d80b5e73bd15eafd391f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bcbbbc40c3385d7b829248bc1cc48199b541dfb7d9d80b5e73bd15eafd391f4, en de alinea staat in dat document op bytes 26253 tot 27376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bcbbbc40c3385d7b829248bc1cc48199b541dfb7d9d80b5e73bd15eafd391f4 | shasum -a 256