Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2020

Onder 5.10. Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:685.

In hoger beroep heeft belanghebbende betoogd dat in het verleden, op niet nader door hem aangeduide data, twee afspraken voor een opname van zijn woning zijn gemaakt, maar dat de taxateur in beide gevallen niet kwam opdagen. Daarnaast stelt belanghebbende dat hij in 2016 wel heeft gepoogd een afspraak te maken, maar dat dit door toedoen van de taxateur niet is gelukt. De heffingsambtenaar heeft brieven overgelegd met verzenddatum 20 januari 2016, 27 januari 2016, 18 juli 2016 en 13 september 2016, waarin belanghebbende wordt gevraagd om mee te werken aan een opname van de woning. Tevens heeft hij een brief van belanghebbende overgelegd van 31 oktober 2016, waarin deze in wezen stelt dat hij niet aan een opname van zijn woning wenst mee te werken omdat de zaak onder de rechter is en omdat een inpandige opname een inbreuk op zijn privacy zou betekenen. Vervolgens heeft de heffingsambtenaar op 6 december 2016, 22 juni 2017, 21 september 2017, 30 november 2017 en 7 juni 2018 brieven aan belanghebbende gezonden met het verzoek om mee te werken aan een inpandige opname van zijn woning. Belanghebbende heeft hier geen gehoor aan gegeven. Onder deze omstandigheden heeft de heffingsambtenaar in redelijkheid kunnen beslissen de inhoud van de berging op basis van de bouwtekening vast te stellen en geen rekening te houden met de door belanghebbende gestelde aardbevingsschade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bfb2aaf6086643e5337f9f3fce75dfea73fecb11de1bbff6d8ee50fa4676cda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bfb2aaf6086643e5337f9f3fce75dfea73fecb11de1bbff6d8ee50fa4676cda, en de alinea staat in dat document op bytes 38957 tot 40356.