Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020

Onder 5.2.4. Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:994.

De omstandigheid dat belanghebbende is vrijgesproken van het valselijk opmaken van de Administratie van de eenmanszaak en/of van de VOF - omdat, aldus de meervoudige strafkamer van het Hof in zijn arrest (zie 2.25.2, onder VI ), ten aanzien van belanghebbende niet blijkt van gedragingen die hem tot (mede)pleger van het valselijk opmaken van inkoopbonnen, dan wel tot feitelijk leidinggever van het valselijk opmaken van het registerboek in 2011 maken - doet aan de in de vorige rechtsoverweging getrokken conclusie niet af. Zoals uit de feiten blijkt werkte [X3] tot eind 2009 in de eenmanszaak als medewerker van belanghebbende en vanaf eind 2009 als firmant in de VOF. Dat belanghebbende de feitelijke vervalsingen niet (zelf) verrichtte neemt geenszins weg dat de Administratie in de betreffende jaren onbetrouwbaar was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c853d658befd5061bfb68ece0778112e8577ec7d027fd0d1145f5fe6651e53b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c853d658befd5061bfb68ece0778112e8577ec7d027fd0d1145f5fe6651e53b2, en de alinea staat in dat document op bytes 149706 tot 150576.