Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020

Onder 2.25.1. Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:995.

In de tenlastelegging worden 22 (feit 1) en 18 (feit 2) bonnen genoemd (….). In hoger beroep komen de klanten [Klant 3] , [Klant 4] , [Klant 5] en [Klant 6] te vervallen (…). Het hof heeft vervolgens nog de bonnen ter zake van de aankopen van [Klant 7] , [Klant 8] , [Klant 9] , [Klant 10] , [Klant 11] , [Klant 12] en [Klant 13] buiten beschouwing gelaten, aangezien deze klanten niet zelfstandig een bedrag (om en nabij) hebben genoemd, niet of onvoldoende stellig hebben verklaard over de ontvangen prijs of dat deze prijs onvoldoende afweek van de gefactureerde bedrag. Het hof heeft voorts, naar aanleiding van de opmerkingen van [X3] zoals opgenomen in de bijlage bij de pleitnota, buiten beschouwing gelaten de bonnen die zijn uitgeschreven aan [Klant 14] , [Klant 15] en [Klant 16] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080d3f6b123ea25ec6f7562e2d1098056637ec168858afbbf2005ccab3ecf367. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080d3f6b123ea25ec6f7562e2d1098056637ec168858afbbf2005ccab3ecf367, en de alinea staat in dat document op bytes 73861 tot 74669.