Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020

Onder 2.25.2. Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:995.

Uit het dossier en de door [X1] en [X3] afgelegde verklaringen bij de politie en ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep volgt dat [X3] , ook al in de periode toen hij nog geen vennoot was van de vof maar nog werkzaam bij de eenmanszaak [Y] van [X1] , het filiaal aan [Straat 2] heeft gerund en dat zijn werkzaamheden in de loop der jaren dezelfde zijn gebleven. Het leeuwendeel van de inkopen vond aan [Straat 2] plaats en de bonnen zijn vrijwel allemaal uitgeschreven door [X3] , die ook zelfstandig het register van de inkopen bijhield. Ten aanzien van [X1] blijkt niet van gedragingen die hem tot medepleger van het valselijk opmaken van inkoopbonnen maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080d3f6b123ea25ec6f7562e2d1098056637ec168858afbbf2005ccab3ecf367. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080d3f6b123ea25ec6f7562e2d1098056637ec168858afbbf2005ccab3ecf367, en de alinea staat in dat document op bytes 85641 tot 86331.