Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020

Onder 5.3.9. Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:995.

Op basis van de gedingstukken komt het Hof tot het oordeel dat aannemelijk is dat de VOF ten minste op haar inkopen een brutowinst van 75% behaald heeft. Hierbij neemt het Hof - naast hetgeen is overwogen onder 5.3.5 - in aanmerking dat [X1] bij de rechter-commissaris verklaard heeft (zie 2.14 onder 1) dat hij op de verkopen een brutowinst behaalt van 30 tot 50% van de verkopen (hetgeen overeenkomt met een brutowinstpercentage van ruim 40 tot 100% van de inkoopprijs). Tevens acht het Hof van belang dat uit diezelfde verklaring van [X1] bij de rechter-commissaris blijkt dat de VOF niet alleen winst maakt op het aangekochte goud, maar ook op de verkoop van metalen en edelstenen en dergelijke die in het gekochte sloopgoud zitten (zie 2.14 onder 2, 3 en 4). Tot slot neemt het Hof in aanmerking - zoals door de inspecteur gemotiveerd gesteld en door belanghebbende onvoldoende betwist - dat de al maar oplopende goudprijs een positief - in ieder geval geen negatief - effect op het brutowinstpercentage zal hebben gehad (zie VOF-rapport onder 5.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080d3f6b123ea25ec6f7562e2d1098056637ec168858afbbf2005ccab3ecf367. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080d3f6b123ea25ec6f7562e2d1098056637ec168858afbbf2005ccab3ecf367, en de alinea staat in dat document op bytes 151721 tot 152789.