Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021

Onder 3.30 Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1739.

Nu [advocaat A] de enig aandeelhouder en bestuurder van de hoogste vennootschap in vennootschappenstructuur van [naam advocatenkantoor] is en hij ook degene is die kennelijk in staat is de overzichten te doen opstellen die via hem aan de notaris en aan de toenmalige advocaat van [appellanten] zijn verstrekt, moet worden aangenomen dat [advocaat A] de bescheiden tot zijn beschikking heeft of onder zijn berusting heeft in de zin van art. 843a Rv. Dat geldt niet voor [advocaat B] en [advocaat C] . Zij zijn in loondienst van een van de vennootschappen in vennootschappenstructuur van [naam advocatenkantoor] . Dat is onvoldoende om te kunnen oordelen dat zij de bescheiden tot hun beschikking of onder hun berusting hebben. Vordering II sub B is daarom niet toewijsbaar voor zover die tegen [advocaat B] en [advocaat C] is gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4, en de alinea staat in dat document op bytes 34526 tot 35372.