Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021

Onder 3.8 Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1739.

[appellanten] dragen de stelplicht (en bewijslast) van de stelling dat [X] met [advocaat A] , [advocaat B] en/of [advocaat C] is overeengekomen dat [advocaat A] , [advocaat B] en/of [advocaat C] zouden betalen voor de werkzaamheden van [X] ten behoeve van de zaken die zij bij [naam advocatenkantoor] in behandeling hadden. Hun vordering I tot betaling is immers op die stelling gebaseerd. [appellanten] hebben in elk geval geen andere stelling ingenomen waarop die vordering kan worden gebaseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4, en de alinea staat in dat document op bytes 16838 tot 17358.