Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021
Onder 3.9 Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1739.
De beantwoording van de vraag of iemand bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam en dus als contractspartij heeft opgetreden of als vertegenwoordiger van een ander, waarbij die ander dus als contractspartij moet worden aangemerkt, hangt af van hetgeen de betrokken partijen daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden (HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter); HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2034).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4, en de alinea staat in dat document op bytes 17437 tot 17970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4 | shasum -a 256