Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021

Onder 3.13 Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1739.

[appellanten] hebben hiertegen aangevoerd dat de bescheiden niet uitsluitend uit hoofde van hun beroep aan [geïntimeerden] ter beschikking staan en dat de bescheiden noodzakelijk zijn voor de nakoming van de aan [X] verstrekte opdracht. Verder hebben [appellanten] aangevoerd dat indien een advocaat bij de behandeling van een zaak diensten van derden inroept, de advocaat ingevolge de gedragsregels voor advocaten moet instaan voor de aan die derden toekomende vergoedingen en honoraria. Deze regel zou volgens [appellanten] een dode letter zijn, indien advocaten zich ten aanzien van de financiële afwikkeling van een NCNP-dossier op een verschoningsrecht zouden kunnen beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4, en de alinea staat in dat document op bytes 22728 tot 23434.