Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021

Onder 3.14 Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1739.

Het beroep van [geïntimeerden] op hun verschoningsrecht slaagt. [appellanten] hebben niet voldoende gemotiveerd betwist dat de door hen bedoelde bescheiden (mede) gegevens (kunnen) bevatten die aan [geïntimeerden] zijn toevertrouwd in hun hoedanigheid van advocaat. [geïntimeerden] hebben zich op het standpunt gesteld dat de bedoelde bescheiden gegevens bevatten waarvan kennisneming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim. Het hof dient dat standpunt te eerbiedigen. De uitzondering dat redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is, doet zich niet voor. Anders dan [appellanten] hebben aangevoerd, kan nakoming van de verplichting van advocaten om in te staan voor de vergoedingen en honoraria van derden die de advocaat inroept bij de behandeling van een zaak, in beginsel ook afgedwongen worden zonder dat bescheiden aan die derden worden verstrekt en ter inzage worden verschaft die onder het verschoningsrecht van de advocaat vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d836db1398273fb6a51316f6286790a80a1fe8582625bd051681cf3237b45bc4, en de alinea staat in dat document op bytes 23514 tot 24509.