Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2022

Onder 4.4 Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2022

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1335.

In het midden kan blijven of de vorderingen, voor zover zij zijn gegrond op de standpunten van [appellanten] over de renteverwachtingen van ING, zijn verjaard. Het is altijd onzeker hoe de marktrente zich zal ontwikkelen. Een verwachting van de bank daarover kan die onzekerheid niet uitbannen en heeft in zoverre maar betrekkelijke waarde (zoals meestal ook wel blijkt uit de bewoordingen die banken hanteren als zij verwachtingen over toekomstige marktontwikkelingen kenbaar maken). Zelfs indien een bank een daling van de marktrente verwacht, kan het verstandig zijn dat iemand die nadelige gevolgen kan ondervinden van een mogelijke stijging van de marktrente zich indekt tegen het risico dat de marktrente (tegen de verwachting van de bank in) zal stijgen. Het kan dan ook niet als juist worden aanvaard dat een bank die een renteswap aangaat met een wederpartij ter indekking van het risico voor de wederpartij dat de marktrente zal stijgen, terwijl de bank zelf een daling van de marktrente verwacht, per definitie die verwachting aan de wederpartij dient mede te delen om te voorkomen dat deze zich met succes op schending van de zorgplicht kan beroepen. Onder bijkomende omstandigheden kan dat anders zijn (vergelijk – met betrekking tot de mededelingsplicht van een bank in het kader van een beroep op dwaling – het arrest van dit hof van 1 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3136, dat overigens gewezen is voor de prejudiciële uitspraak HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1046 en het door [appellanten] genoemde arrest van dit hof van 7 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1267, waarin is geoordeeld dat de bank onrechtmatig heeft gehandeld door in de gegeven omstandigheden de desbetreffende rentevisie niet te delen). [appellanten] hebben dergelijke omstandigheden niet of onvoldoende gesteld. Naar het oordeel van het hof kan een beroep op schending van de zorgplicht in verband met hetgeen [appellanten] stellen over de rentevisie van ING derhalve niet slagen. Dit leidt tot de conclusie dat het niet van belang is wanneer [appellanten] bekend zijn geworden met de rentevisie van ING en daadwerkelijk op de hoogte zijn geraakt van het gestelde achterhouden daarvan. Zij hebben onvoldoende concreet en onderbouwd gesteld dat ING haar zorgplicht heeft geschonden door bij de destijds bestaande renteverwachtingen de renteswaps III en IV te offreren en af te sluiten. Wat [appellanten] in hoofdstuk 3 en 4 naar voren hebben gebracht over schending van de zorgplicht in verband met de destijds bestaande renteverwachtingen van ING treft dus geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6d91ef339ddef5fdb357b611449899dca39197d13605706415750a865ca0c5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6d91ef339ddef5fdb357b611449899dca39197d13605706415750a865ca0c5e, en de alinea staat in dat document op bytes 22647 tot 25219.