Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2022
Onder 4.6 Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2022
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1335.
Op grond van art. 3:310 lid 1 BW verjaart een rechtsvordering tot vergoeding van schade door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. De eis dat de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon moet aldus worden opgevat dat het hier gaat om een daadwerkelijke bekendheid, zodat het enkele vermoeden van het bestaan van schade dan wel het enkele vermoeden welke persoon voor de schade aansprakelijk is, niet volstaat. De verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW begint pas te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem geleden schade in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de benadeelde voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid behoeft te zijn – heeft verkregen dat schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. Het antwoord op de vraag op welk tijdstip de verjaringstermijn is gaan lopen, is afhankelijk van de relevante omstandigheden van het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6d91ef339ddef5fdb357b611449899dca39197d13605706415750a865ca0c5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6d91ef339ddef5fdb357b611449899dca39197d13605706415750a865ca0c5e, en de alinea staat in dat document op bytes 25653 tot 26830.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6d91ef339ddef5fdb357b611449899dca39197d13605706415750a865ca0c5e | shasum -a 256