Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 juli 2022

Onder 5.4. Gerechtshof Amsterdam 19 juli 2022

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 juli 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2178.

Evenals voor de rechtbank heeft de heffingsambtenaar in hoger beroep aangevoerd dat belanghebbende misbruik heeft gemaakt van het procesrecht. Het rechtsgevolg daarvan dient te zijn dat de rechter het (hoger) beroep niet inhoudelijk beoordeelt, maar belanghebbende niet-ontvankelijk verklaart. Het Hof stelt voorop dat dergelijk misbruik slechts op zwaarwichtige gronden dient te worden aangenomen. Het Hof verwijst naar rechtsoverwegingen 5.5 tot en met 5.10 van de uitspraak van dit Hof van 28 oktober 2021, nrs. 20/00489 tot en met 20/00492 (ECLI:NL:GHAMS:2021:3593) die eveneens belanghebbende betreft. In die rechtsoverwegingen heeft het Hof in een vergelijkbaar geval weergegeven onder welke omstandigheden hij tot het oordeel kan komen dat belanghebbende misbruik maakt van het procesrecht. Het Hof overweegt dat die omstandigheden zich in het onderhavige geval niet voordoen aangezien: (i) in deze procedure niet vast is komen te staan dat het belanghebbendes doel was om met het parkeren een procedure te entameren; en (ii) het hiervoor vermelde arrest van de Hoge Raad van 11 maart 2022, nr. 20/03717 (ECLI:NL:HR:2022:156) ten tijde van het parkeren door belanghebbende nog niet gewezen was. Het Hof komt aldus niet tot de conclusie dat belanghebbende misbruik heeft gemaakt van het procesrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee73fed65ab7b6e98d755bbc7e0727e2a2e3c912d48b88f0918193b01be333f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee73fed65ab7b6e98d755bbc7e0727e2a2e3c912d48b88f0918193b01be333f4, en de alinea staat in dat document op bytes 19266 tot 20585.