Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2022

Onder 4.10. Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2022

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:55.

Sasagar verwijst naar de rapportage van CED van 23 april 2018 en stelt dat VKG op basis daarvan onregelmatigheden had ontdekt. Dit rapport heeft VKG vervolgens met het proces-verbaal aan Vivat toegezonden. De twee-maandentermijn van artikel 7:929 lid 1 BW was volgens Sasagar al verstreken toen Vivat bij brief van 16 augustus 2018 haar standpunt aan Sasagar meedeelde. Sagagar voert daartoe meer specifiek aan dat VKG door de rapportage van CED bekend is geworden met onregelmatigheden aan de zijde van Sasagar. Die bekendheid bij VKG, die als gevolmachtigde optrad namens Vivat, heeft te gelden als bekendheid bij Vivat. Subsidiair stelt Sasagar dat Vivat na ontvangst van het rapport van CED twee maanden lang niets heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df9ff90dcd9cc74f8912e95d3dac3b172d15a40cc11d1458e72dba43086d5b40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df9ff90dcd9cc74f8912e95d3dac3b172d15a40cc11d1458e72dba43086d5b40, en de alinea staat in dat document op bytes 19979 tot 20724.