Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2024

Onder 4.22 Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2024

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:451.

Artikel 3:305a lid 2 (oud) BW bepaalt dat een eiser niet-ontvankelijk is indien hij in de gegeven omstandigheden onvoldoende heeft getracht het gevorderde door overleg met de wederpartij te bereiken. Voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding op 14 december 2017 heeft de Stichting in augustus 2016 en in juni 2017 Rabobank c.s. gevraagd in overleg te treden over een schikking. Bij de tweede brief was een vergevorderd concept van de dagvaarding gevoegd. Naar aanleiding van de reactie van Rabobank, Lloyds en ICAP dat de claim onvoldoende duidelijk was, heeft de Stichting aan hen (en ook aan UBS c.s.) een nadere uiteenzetting toegezonden en datavoorstellen gedaan voor overleg. Op 11 oktober 2017 heeft de Stichting overleg gevoerd met ICAP. Anders dan Rabobank c.s. betogen, heeft de Stichting hiermee voldaan aan het in artikel 3:305a lid 2 (oud) BW neergelegde overlegvereiste, dat ertoe strekt rauwelijkse dagvaarding te voorkomen en te bevorderen dat partijen zelf tot een oplossing komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b01a4641200d5139144724947274f5ded559878dd4941035299383dc19ee2bcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b01a4641200d5139144724947274f5ded559878dd4941035299383dc19ee2bcf, en de alinea staat in dat document op bytes 47932 tot 48951.