Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2024
Onder 4.26 Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2024
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:451.
Als in een later stadium wordt geoordeeld dat niet alle aan de vorderingen A en D ten grondslag gelegde gedragingen zich hebben voorgedaan en/of als onrechtmatig zijn aan te merken dan wel tot schade hebben geleid of als zou blijken dat één of meer van de gedaagde partijen niet (geheel) aansprakelijk is/zijn, zal dat tot (gedeeltelijke) afwijzing van de vorderingen A en D leiden. Hetzelfde geldt voor vordering B als de conclusie luidt dat niet wordt voldaan aan de eisen van artikel 6:166 BW, indien van toepassing. In het oordeel over ontvankelijkheid van deze vorderingen is verdisconteerd dat, naar niet in geschil is, de (individuele) schadevaststelling een zeer complexe aangelegenheid zal zijn en voorts dat mogelijk zal blijken dat wel kan worden vastgesteld dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is, maar dat het zeer moeilijk is om de (individuele) schade van de Belanghebbenden te begroten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b01a4641200d5139144724947274f5ded559878dd4941035299383dc19ee2bcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b01a4641200d5139144724947274f5ded559878dd4941035299383dc19ee2bcf, en de alinea staat in dat document op bytes 51621 tot 52545.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b01a4641200d5139144724947274f5ded559878dd4941035299383dc19ee2bcf | shasum -a 256