Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2024
Onder 4.4 Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2024
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:451.
De in hoger beroep ambtshalve te beoordelen rechtsmacht van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van de vorderingen van de Stichting jegens Lloyds c.s. betreft alleen de vorderingen D en E, die ertoe strekken dat wordt vastgesteld dat Lloyds c.s. onrechtmatig hebben gehandeld door het in artikel 101 VWEU neergelegde kartelverbod te overtreden (vordering D) en voor hun onrechtmatig handelen aansprakelijk zijn zoals bedoeld in artikel 6:166 BW jegens de Belanghebbenden (vordering E). Het hof merkt hierbij op dat de voorwaarde die is verbonden aan het door Lloyds c.s. ingestelde hoger beroep niet wegneemt dat de rechtsmacht, die van openbare orde is, ook in hoger beroep ambtshalve moet worden beoordeeld. De rechtsmacht dient vast te staan alvorens toegekomen kan worden aan de beoordeling van de ontvankelijkheid van de Stichting in haar collectieve actie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b01a4641200d5139144724947274f5ded559878dd4941035299383dc19ee2bcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b01a4641200d5139144724947274f5ded559878dd4941035299383dc19ee2bcf, en de alinea staat in dat document op bytes 25168 tot 26051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b01a4641200d5139144724947274f5ded559878dd4941035299383dc19ee2bcf | shasum -a 256