Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 april 2024

Onder 5.7. Gerechtshof Amsterdam 2 april 2024

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:824.

Bij beantwoording van die vraag dient in aanmerking te worden genomen dat het plaatsen van de containers voorafgaand aan het faillissement heeft plaatsgehad en het, als de containers onroerend zijn geworden, niet meer tot de boedel behorende zaken betreft. Aan de andere kant kan worden geconstateerd dat de onderhavige situatie, waarbij de verhuurder/eigenaar bij het einde van de huur wordt geconfronteerd met een onwenselijke situatie die zijn oorspronkelijke eigendomsrecht heeft aangetast en die is veroorzaakt door achterlating van aanvankelijk roerende zaken met een negatieve waarde, een dermate grote gelijkenis vertoont met de situatie waarin roerende zaken met negatieve waarde zijn achtergelaten dat er geen goede grond is hier voor wat de gevolgen betreft een onderscheid te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46e50a215aa534640207ce8dcabf477318ddc3f5e136c38a610b870f58205b10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46e50a215aa534640207ce8dcabf477318ddc3f5e136c38a610b870f58205b10, en de alinea staat in dat document op bytes 28211 tot 29019.