Citaat | Gerechtshof Amsterdam 17 juli 2025
Onder 18.3 Gerechtshof Amsterdam 17 juli 2025
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 17 juli 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1995.
De redelijke termijn is aangevangen met de ontvangst van het bezwaarschrift door verweerder op 18 maart 2021 en is geëindigd met de uitspraak van de rechtbank op 15 november 2023. Van een bijzondere omstandigheid die verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigt is geen sprake. Dit betekent dat de voor de procedure in eerste aanleg in aanmerking te nemen termijn afgerond 32 maanden bedraagt. De redelijke termijn is daarom overschreden met afgerond acht maanden. Daarmee correspondeert een vergoeding van immateriële schade van € 1000. De rechtbank ziet geen mogelijkheden om tot het weigeren dan wel, sterk matigen van de schadevergoeding te komen gelet op het uitdrukkelijk, geen nuances bevattende, arrest van de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252. Van de 8 maanden overschrijding is (afgerond) 5 maanden aan de bezwaarfase toe te rekenen en (afgerond) 3 maanden aan de Staat (minister van Justitie en Veiligheid). Van het bedrag van € 1000 dient de heffingsambtenaar derhalve 5/8 x € 1000 =) € 625 en de Staat (minister van Justitie en Veiligheid) 3/8 x € 1000 =) € 375 te betalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d8a984b500c0fb73f3770652d3a30d98e0116818363599cb74a399f288e3490. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d8a984b500c0fb73f3770652d3a30d98e0116818363599cb74a399f288e3490, en de alinea staat in dat document op bytes 24375 tot 25507.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5d8a984b500c0fb73f3770652d3a30d98e0116818363599cb74a399f288e3490 | shasum -a 256