Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 november 2013
Onder 4.5 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 november 2013
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 november 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8550.
Het hoger beroep strekt mede tot herstel van eigen omissies. In hoger beroep voeren Frelan c.s. aan (in de memorie van grieven, p. 64) dat het een verkeerd uitgangspunt is om aan te nemen dat hun verwijt slechts zou zijn dat Wolsden c.s. Fa-med voor een te laag bedrag hebben verkocht maar dat Frelan c.s. juist aan Wolsden c.s. verwijten dat Wolsden Fa-med (tegen de uitdrukkelijke wens van Igvo en zonder haar medeweten, laat staan instemming) jaren te vroeg en mede daardoor voor een veel te laag bedrag heeft verkocht. Daaraan voegen zij toe (in de memorie van grieven, p. 66/67) dat Wolsden c.s. door de verkoop in 2001 Frelan de kans hebben ontnomen om Fa-med voor een beduidend hoger bedrag te verkopen en dat de waarde daarom moet worden gesteld naar de situatie in 2004, zoals deze blijkt uit de door Waterland Beheer betaalde koopprijs. Voor zover dit een vermeerdering van de grondslag van het gevorderde vormt, waren Frelan c.s. daartoe ingevolge de artikelen 130 jo. 353 lid 1 Rv in beginsel bevoegd, terwijl het petitum, zoals hiervoor vermeld, daarvoor ruimte laat. Noch naar aanleiding van het bezwaar van Wolsden c.s., noch ambtshalve, oordeelt het hof deze verduidelijking of zelfs vermeerdering in strijd met de eisen van een goede procesorde. De door Wolsden c.s. aangevoerde omstandigheden dat partijen de vraagstelling ter comparitie hebben opgegeven, dat Frelan c.s. in eerste aanleg vooral zijn uitgegaan van de waarde in oktober 2001, dat sedertdien veel tijd is verstreken en veel kosten zijn gemaakt om tot een waardering per oktober 2001 te geraken, maken dit niet wezenlijk anders. Wolsden c.s. hebben verder aangevoerd dat zij ernstig zouden zijn benadeeld in hun mogelijkheden om (tegen-)bewijs te vergaren en stellingen te ontwikkelen over de waarde van Fa-med in 2004, maar zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom en in welk opzicht Wolsden c.s. in een concreet nadeliger positie dreigen te geraken. Hun bezwaar wordt derhalve verworpen, zodat deze verduidelijking als vermeerdering is toegestaan. De inhoudelijke vraag of voor schadeberekening moet worden uitgegaan van de situatie in 2004 (c.q. 2005), komt verderop in dit arrest aan de orde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8ea21531eb9e4faa42a485e56273ffa97b6d6ba00b0f662651474460ab503a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8ea21531eb9e4faa42a485e56273ffa97b6d6ba00b0f662651474460ab503a6, en de alinea staat in dat document op bytes 29350 tot 31570.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8ea21531eb9e4faa42a485e56273ffa97b6d6ba00b0f662651474460ab503a6 | shasum -a 256