Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013
Onder 3.19 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8714.
Vastgesteld kan worden dat de hiervoor in rechtsoverweging 3.6.9 weergegeven brief van 12 juli 2006 een duidelijke aansprakelijkheidsstelling van [woonplaats] bevat. Op die brief heeft [woonplaats] gereageerd met een betwisting van haar aansprakelijkheid in de hiervoor in rechtsoverweging 3.6.10 aangehaalde brief van 14 juli 2006. Essent heeft vervolgens in de hiervoor in rechtsoverweging 3.6.11 aangehaalde brief van 25 juli 2006 een (na de vakantie te verrichten) onderzoek naar de toedracht aangekondigd. In de brief van 19 september 2006 heeft zij geschreven dat een grondig onderzoek heeft plaatsgevonden en dat zij op basis van dat onderzoek van oordeel is dat zij niet door haar klanten aansprakelijk kan worden gesteld. Ook heeft Essent in die brief geschreven dat [woonplaats] op 24 mei 2006 tijdens heiwerkzaamheden een kabel heeft beschadigd, dat de daardoor ontstane stroomstoring schade heeft veroorzaakt bij haar klanten en dat zij [woonplaats] reeds aansprakelijk had gesteld voor de kabelbeschadiging. Naar het oordeel van het hof heeft Essent, ofschoon de brief van 19 september 2006 betrekking had op schade van twee van haar klanten, door uitdrukkelijk te refereren aan de beschadiging van de kabel en aan de eerdere aansprakelijkheidsstelling, met de brief ook duidelijk gemaakt dat zij [woonplaats] nog steeds aansprakelijk houdt voor de door haar, Essent, zelf geleden schade. De brief bevat aldus een ondubbelzinnige waarschuwing aan [woonplaats] dat zij nog steeds rekening moet houden met het instellen van een rechtsvordering door Essent, strekkende tot vergoeding van de door haar geleden schade. Uit het e-mailbericht van [woonplaats] aan Essent van 21 september 2006 volgt ook dat [woonplaats] zelf een direct verband heeft gelegd tussen de schadeclaims van de klanten van Essent en de eigen schadeclaim van Essent; [woonplaats] refereert in het e-mailbericht aan het onderzoek dat Essent na de vakantie zou instellen naar de oorzaak van de schade aan de kabel (vgl. de in rechtsoverweging 3.6.11 aangehaalde brief van Essent van 25 juli 2006). Onder deze omstandigheden gaat de stelling van [woonplaats] niet op, dat de brief van 19 september 2006 betrekking heeft op een andere schade dan de eigen schade van Essent, de schade die het onderwerp is van deze procedure. [woonplaats] heeft op 21 september 2006 immers zelf - naar het oordeel van het hof overigens alleszins terecht en begrijpelijk - een verband gelegd tussen beide schades.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e1ea923abb3a103c209a8a49a5ad43486d0752edd15208270a70572caddab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e1ea923abb3a103c209a8a49a5ad43486d0752edd15208270a70572caddab7, en de alinea staat in dat document op bytes 34066 tot 36590.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07e1ea923abb3a103c209a8a49a5ad43486d0752edd15208270a70572caddab7 | shasum -a 256