Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013

Onder 3.22 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8714.

Het meest verstrekkende verweer van [woonplaats] is dat Enexis haar vorderingsrecht heeft verwerkt. Volgens [woonplaats] mocht zij er, gelet op de gedragingen van Enexis in de periode voorafgaand aan het aanhangig maken van de procedure, vanuit gaan dat Enexis niet zou overgaan tot juridische actie. [woonplaats] wijst er in dit verband op dat Enexis haar heeft meegedeeld de incassoprocedure stil te zetten, dat zij een ingebrekestelling heeft ingetrokken, in strijd met wat zij heeft toegezegd, [woonplaats] niet op de hoogte heeft gesteld van haar bevindingen naar aanleiding van het door haar te entameren onderzoek en dat Enexis vervolgens twee jaar lang niets van zich heeft laten horen. Door deze handelwijze van Enexis is [woonplaats] in een nadeliger positie komen te verkeren. Zij beschikt nu niet meer over “de nodige bewijsmiddelen”, aldus [woonplaats].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e1ea923abb3a103c209a8a49a5ad43486d0752edd15208270a70572caddab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e1ea923abb3a103c209a8a49a5ad43486d0752edd15208270a70572caddab7, en de alinea staat in dat document op bytes 37945 tot 38854.