Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013

Onder 3.23 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8714.

Aan [woonplaats] kan worden toegegeven dat de handelwijze van Essent/Enexis niet de schoonheidsprijs verdient. De toezegging om na een door haar te verrichten onderzoek bij [woonplaats] op de kwestie terug te komen, is niet gestand gedaan. Bovendien heeft Enexis na de brief van 19 september 2006 bijna twee jaar voorbij laten gaan alvorens zij [woonplaats] opnieuw aansprakelijk heeft gesteld. Dat is echter onvoldoende voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking. Voor het aannemen van rechtsverwerking is enkel tijdsverloop of enkel stilzitten onvoldoende. Volgens vaste rechtspraak (vgl. Hoge Raad 29 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1827 en Hoge Raad 24 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2635) is vereist de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden ten gevolge waarvan hetzij bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn vordering niet (meer) zal geldend maken, hetzij de wederpartij in zijn positie onredelijk zou worden benadeeld in geval de gerechtigde zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. Geen van beide situaties doen zich voor. Allereerst heeft Essent in de correspondentie met [woonplaats] niet gesuggereerd dat zij zou afzien van de schadeclaim. Ook in de hiervoor in rechtsoverweging 3.6.15 aangehaalde brief van 4 oktober 2006, de laatste brief die [woonplaats] van Essent ontving voordat de zaak in handen werd gegeven aan een advocaat, heeft Essent aangegeven dat zij de kwestie zou onderzoeken en [woonplaats] van de resultaten van het onderzoek in kennis zou stellen. [woonplaats] mocht er, gelet op deze brief, vanuit gaan dat Essent het schadevoorval zou onderzoeken en zij mocht een verslag van de onderzoeksresultaten verwachten, maar niet dat Essent de schadeclaim zou laten vallen. Uit het daaropvolgende stilzijgen van Essent mocht zij dat laatste ook niet afleiden. [woonplaats] heeft vervolgens niet toegelicht welk concreet nadeel zij heeft ondervonden door de handelwijze van Essent. Zij heeft weliswaar gesteld dat zij niet meer beschikt over “de nodige bewijsmiddelen”, maar zij heeft niet toegelicht welke bewijsmiddelen het betreft. Aldus heeft zij haar stelling op dit punt onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e1ea923abb3a103c209a8a49a5ad43486d0752edd15208270a70572caddab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e1ea923abb3a103c209a8a49a5ad43486d0752edd15208270a70572caddab7, en de alinea staat in dat document op bytes 38918 tot 41138.