Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2014

Alinea 19 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1353.

Het hof is van oordeel dat de noodzakelijkheid van het horen van de acht bedoelde getuigen wederom niet is gebleken. Het hof heeft bij beslissing van 7 juni 2012 een eerder verzoek tot het horen van deze getuigen afgewezen. Tijdens zowel de pro forma zitting van 20 augustus 2012 als de regiezitting van 2 oktober 2013 is dit verzoek opnieuw gedaan en afgewezen. Het hof is van oordeel dat ook thans nog geldt dat niet is gebleken dat de oproeping van de getuigen noodzakelijk is. Het hof zal het verzoek wederom afwijzen en neemt voor de motivering daarvan over hetgeen dienaangaande is overwogen in het tussenarrest van 7 juni 2012: “In het dossier bevindt zich geen enkele aanwijzing dat aan verdachte, tijdens het verjaardagsfeestje dat op 30 januari 2010 is gehouden een al dan niet onbekende drug zou zijn toegediend. Verdachte uit voor het eerst in hoger beroep het vermoeden daarvan. De noodzaak tot het alsnog horen van deze getuigen daarover is onvoldoende onderbouwd en ook overigens niet gebleken of aannemelijk geworden”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebf0331bf45cef804fe9da071a523fdf1560a87ba46188ecf0406a28b4b83f43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebf0331bf45cef804fe9da071a523fdf1560a87ba46188ecf0406a28b4b83f43, en de alinea staat in dat document op bytes 7790 tot 8877.